Alfa 2000 Touring Spider rij-impressie

In de mooie maand augustus toog ik op mijn e-bike naar het naburige Dirksland om eens te kijken naar een schitterende zilverkleurige Alfa Romeo 2000 Superleggera Touring Spider uit 1960.
Zo een als oud-voorzitter Ronald Sol heeft in het donkergrijs. De kleur zilver heet officieel Argenta Auteuil. De auto stond al buiten op het erf, want de taxateur was toevallig net geweest. Hij stelde een taxatiewaarde van €115.000,- vast.
De Spider stond naast een eveneens door Superleggera Touring ontworpen Aston Martin DB6 waarvan de restauratie bij Nout zojuist was afgerond. Een combinatie die je niet zo snel ergens zult aantreffen. Het zwarte, linnen kapje zat er nog op en dat zag er al uit als nieuw. Monteurs Brian en Martijn kwamen even helpen om de kap te openen, want dat zat met een soort drukkertjes aan weerszijden vast. Het was zo te zien een makkie. Naast de rode lederen bekleding werd een hoesje in dezelfde kleur over het neergelaten kapje vastgezet en was de wagen klaar voor de proefrit. De rode bekleding vond ik een fraaie combinatie met het metallic zilver.
HISTORIE
In mijn geboortejaar 1957 debuteerde de 2000 Berlina op de autosalon in Turijn als opvolger van de 1900. Een jaar later ging zowel die sedan als de Spideruitvoering in productie.
Deze Spider is dit keer geen ontwerp van Pinin Farina, maar van Carlo Felice Bianchi Anderloni, designbaas van carros-seriebouwer Touring, gevestigd in Milaan. De naam Touring wordt meestal voorafgegaan door de toevoeging Superleg-gera oftewel superlicht. Of dat nu van toepassing is op deze 1243 kg wegende cabriolet laat ik maar even in het midden. Dit stijlicoon werd geproduceerd tussen 1958 en 1962. Er zijn 3443 exemplaren van deze Spider geproduceerd, vreemd ge-noeg meer dan van de Berlina.
GEKNEPEN BILLEN
André meldde nog dat het enige wat er volgens hem nog aan de Spider mankeerde het feit was dat de benzinemeter het niet deed. Dat moest nog worden verholpen. “Zit er dan toch wel voldoende brandstof in om er een rondje mee over Goe-ree-Overflakkee te toeren, André?”, vroeg ik hem. “Dat merk je vanzelf wel”, waren zijn niet erg geruststellende woorden. Brian opende de dop en constateerde dat de tank nog vrijwel vol zat. Gelukkig maar, want ik vond het al spannend zat om met zo’n dure kar te gaan rijden.
“Hij is toch wel verzekerd?” Volgens André gewoon WA… Daar was ik niet zo blij mee, dan zou ik nog meer met geknepen billen achter het stuur zitten. “We doen er gewoon de groene garageplaten op, dan is hij voldoende gedekt”, stelde Nout mij gerust. Martijn deed er nog de platen met de bedrijfsnaam bij en dan kon ik vergezeld door zwager Jeroen Snoek (bekende voor de bezoekers van de clubritten) op pad.
Het piepkleine contactsleuteltje omdraaien en de viercilinder kwam meteen tot leven. Met een zalige Alfabrom in de oren verlieten wij het erf van de klassiekerzaak.
De stoel zat zonder die te hoeven verstellen meteen heel comfortabel. Veiligheidsgordels zaten er niet in, dus daar greep ik bij in- en uitstappen enkele malen vergeefs naar. Een grote snelheidsmeter en een toerenteller met daarnaast kleinere metertjes voor gecombineerd benzine (die stond dus op leeg) en olie, en een eveneens gecombineerde voor wa-ter- en olietemperatuur zorgden met hun aantrekkelijk patina voor een fraai uitzicht op het overigens zwarte dashboard met net als op de motorkap het gevleugelde logo van Car-rozzeria Touring. De periodecorrecte (originele?) Blaupunkt-radio heb ik maar niet aangezet. De muziek moest maar komen van de 1975 cc metende viercilinder die gevoed door de, onlangs bij Jan Steutel gemonteerde, twee dubbele Webers bij 5700 toeren/ minuut 115 pk levert.
Het dunne, grote zwarte stuur moest zeker bij lage snelheid met enige kracht worden gedraaid, want stuurbekrachtiging zit er niet op. Dan stuurt mijn 939 toch wat lichter en nauw-keuriger. Overigens heeft ons clublid John van Eijnsbergen op zijn donkerblauwe 2600 Touring Spider elektrische stuurbe-krachtiging laten monteren, maar zo’n type is door zijn zware zescilinder nog wat zwaarder in de kop dan deze 2000 vier-cilinder.
Geen stoffen vloerbedekking op de bodem, maar geribbelde rubber matjes die onder het rijden wat opkrulden onder mijn voeten. De achteruitkijkspiegel zat staand op het dashboard gemonteerd, zoals je dat ook bij een Citroën DS ziet. Been-ruimte had ik in tegenstelling tot mijn vorige Spider IV ruim voldoende. Ook stak ik met mijn 1,87 meter niet boven de voorruit uit, maar zat er mooi beschut achter. De zijraampjes moest je natuurlijk met een raamslinger omlaag (en om-hoog) draaien.
AMERIKAANSE SLEE
De mooie bomendijkjes rond Herkingen vormden een heer-lijk circuit. Al gauw raakte ik wat meer gewend aan de klas-sieke Spider. De olie was opgewarmd en ik durfde wat meer toeren te maken. Daar had de achterwielaangedreven wa-gen merkbaar wel zin in en hoewel ik op zo’n smal polder-weggetje maar 60 km/uur reed, merkte je dat de Alfa heel comfortabel de verkeersdrempels en hobbels nam. “Je mag hier ook niet harder dan 60,” zei Jeroen, “maar je hebt ze-ker nog niet gezien dat het een mijlenteller is!” Toch maar een beetje oppassen dan, want de hydraulisch bediende Alfin trommelremmen zijn niet voorzien van rembekrachtiging en dat merk je natuurlijk wel. De topsnelheid bedraagt overi-gens 165 km/uur.
Als een Amerikaanse slee liet de Spider zich door het polder-landschap sturen, vrachtwagens en tractors ontwijkend. De dubbele wishbones voor en de starre achteras achter zorgen voor een prima weggedrag.
Het was bewolkt maar met een temperatuur van 23 graden was het heerlijk toeven. Je voelde je rijk en welvarend in deze chique auto die destijds ook uitsluitend voor de welge-stelden bereikbaar was.
Tot mijn verrassing was er een volledig gesynchroniseerde vijfversnellingsbak, met de achteruit onder de vijf, die zich heel gesmeerd zonder ook maar één kraakje van verzet liet wisselen. De pook zit op de vloer gemonteerd waar de Berlina nog een pook aan de stuurkolom heeft.
Een voorname auto om lange afstanden mee te toeren, bij-voorbeeld naar de Côte d’Azur waar ik me al langs de bou-levard van Nice zag cruisen. Heel anders dan de uit dezelfde periode afkomstige sportievere Giulietta Spider (zoals die van clublid Henk van den Noordt waarin ik een keer mocht stu-ren), die met zijn lage gewicht en hoge wendbaarheid beter geschikt is om er een kort bochtig (berg-)parcours mee af te leggen.
EXTERIEUR
De 4,50 meter lange wagen heeft met zijn lange motorkap met daarop twee luchtinlaten een prachtige langgerekte lijn die eindigt in een soort vin met daarin de rechtopstaande achterlichten. De chromen strip aan weerszijden onder het portier loopt optisch over in de bumpers. Alles is voorzien van blinkend chroom, zoals het barokke front met zijn twee los boven elkaar geplaatste koplampen, de brede gerasterde luchtopeningen raken bijna de slanke scudetto. Vanzelfsprekend is de kentekenplaat zoals bij Alfa gebruikelijk niet in het midden, maar asymmetrisch geplaatst. Aan de buitenzijde vallen voorts de vier (nep) koelsleuven in de voorschermen op en de twee (echte) luchtinlaten op de motorkap.
De luchtinlaten op de motorkap zitten dicht bij elkaar. Daar-aan herken je de in de VS geleverde versie, bij de Europese staan ze verder uit elkaar. Een ander verschil tussen die twee is dat bij de Amerikaanse de chromen strip boven de vier koelsleuven in het voor-scherm bij het portier eindigt, terwijl die bij de Europese over het portier en achterscherm doorloopt. Persoonlijk vind ik die korte bij de Amerikaanse uitvoering veel fraaier.
Anders dan bij de Duetto hier mooie dunne, strakke en gelijkmatige naden tussen de verschillende carrosseriedelen. Geen Borrani spaakvelgen, maar de fraaie originele stalen velgen met chromen dop.
De Spider is de afgelopen dertig jaar in bezit geweest van een en dezelfde Nederlandse eigenaar. Die had de wagen begin jaren ’90 bij Joop Stolze in De Lier gekocht. Hij was toen nog wit, geïmporteerd uit Amerika en aan restauratie toe. Dat heeft de vorige bezitter zoals uit de foto’s in het bijgeleverde fotoalbum blijkt, secuur in eigen beheer uitgevoerd. De originele hardtop zit er ook nu nog bij.
Met dank aan André Nout voor het ter beschikking stellen van de auto voor deze rij-impressie. (www.noutclassiccars.nl)
Tekst: Wim Mastenbroek, foto's: Jeroen












