Terug naar hoofdinhoud

Michelotti Pura

Op de Autosalon van Turijn in 1988 presenteerde het ‘nieuwe’ Michelotti de Pura. Deze bijzondere verschijning is een rijdende unica voorzien van Alfa Romeo-techniek. Omdat dit wagentje ook open gereden kan worden, mag het eigenlijk een Spider genoemd worden en verdient het een plek op onze website.

Met de Pura greep Michelotti’s studio terug op het concept van een kleine, lage, lichtge-wicht tweezits coupé annex roadster, aangedreven door een krachtige motor met een relatief beperkte cilinderinhoud. Een type auto waar Alfa Romeo in de jaren ’50 tot begin jaren ’70 van de vorige eeuw ook zeer succesvol mee was.

De Michelotti Pura leek niet alleen een soort gekrompen Groep C-racewagen: hij was ook daadwerkelijk gebaseerd op een Groep C2-auto, en wel van het Italiaanse Albatech. Die bewuste racewagens (Alba AR2 en AR3) waren onderhuids min of meer Formule 3 auto’s met een aluminium tweezits-chassis en een carrosserie uit carbonfiber. De techniek van de Pura was mede ontwikkeld door Alba-eigenaar Giorgio Stirano. Deze Italiaanse ingenieur had ook een verleden met Alfa Romeo in de Formule 1. In de seizoenen 1983 tot en met 1985 werden de Formule 1-activiteiten van Alfa Romeo, mede door de financiële situatie bij dat concern, onderge-bracht bij Euroracing van de Italiaan Gian Paolo Pavanello. In deze weinig succesvolle jaren was Stirano als consultant verbonden aan dit project.

In de jaren daarna was Stirano verbonden aan het Alfa Romeo CSAI Boxer-project, een open 1-zits racewagen waar-voor een speciale klasse – Campionato Italiano Formula Alfa Boxer - was opgezet. Alle coureurs reden in deze klasse met identieke auto’s. De motoren - 1.7-liter 4-cilinder boxer - waren dezelfde als die in de Alfa Romeo modellen 33 en Sprint lagen, maar ze waren aangepast en leverden zo’n 10 pk meer dan in die sportieve personenauto’s. In 1987 werd Amato Ferrari (I) kampioen, in 1988 Mirko Savoldi (I) en Alessandro Zampedri (I) in 1989. Het seizoen daarop werden de Alfa Boxers aangedreven door de 1.7 16v motoren uit de 33/Sprint Quadrifoglio Verde, waardoor het vermogen steeg naar 150 pk. Marco Ballabio (I) won het kampioenschap in 1990 en Fabio Aries (I) in 1991. In het jaar daarop werd het kampioenschap omgedoopt in Formula Boxer Europe en kon-den er ook andere chassis’ gebruikt worden.

Naast Michelotti en Stirano was er nog een derde belangrijke man die bijdroeg aan het project Pura, namelijk de Italiaanse ingenieur Mario Colucci (zie artikel ‘Biscione e Scorpione’ in deze Spiderama op pagina 56). Hij had ook een verleden bij Alfa Romeo, waar hij betrokken was bij de ontwikkeling van de TZ1. Na deze periode bij Alfa Romeo kwam hij terecht bij Carlo Abarth. Net als bij de TZ1 werd bij het ontwikkelen van een chassis voor een nieuwe racewagen gebruik gemaakt van een lichtgewicht buizensysteem. Het chassis werd zo-danig geconstrueerd dat de motor binnen de wielbasis werd geplaatst en dat er plaats was voor verschillende krachtbron-nen met verschillende afmetingen. In 1961 werd de onder leiding van Colucci ontwikkelde Abarth-Fiat Spider Tubolare voor het eerst in races ingezet. Het lichtgewicht aluminium koetswerk was geplaatst op een chassis met een wielba-sis van 2,04 meter. Het lage wagentje werd aangedreven door een Fiat 4-cilinder bialbero (dubbel bovenliggende nok-kenas) motor met een inhoud van 747cc die een vermogen gaf van 75 pk bij 7300 toeren/minuut. Dit gaf het kleine racewagentje de mogelijkheid om een topsnelheid van 200 km/uur te behalen. Het was het eerste project van Colucci voor Abarth, later volgden nog de succesvolle Abarth 1000 SP (zie ook artikel op pagina 56 van deze Spiderama), de Abarth 2000 SE 027 en de Fiat 131 Abarth rallyauto. Al met al een illuster trio dat in 1988 de Michelotti Pura presenteerde.

De Pura was de eerste voor straatgebruik bedoelde auto met een carbonfiber monocoque! In 1992, vier jaar later, werd de McLaren F1 met een carbonfiber monocoque gepresenteerd.

De krachtbron van de Pura was de 1.8-liter (1779 cc) ‘Nord’ dubbelnokker, voorzien van een Garrett T3 turbo, uit de Alfa Romeo 75 1.8 Turbo (goed voor 155 pk), die in de lengte voor de achteras was geplaatst. Het sperdifferentieel (25%) was afkomstig van de Maserati Bora/De Tomaso Pantera. Dat waren dan ook gelijk de enige onderdelen die van een in serieproductie gebouwde auto afkwamen. De rest was helemaal nieuw: de dragende constructie van koolstofvezel, de plaatdelen uit glasvezelversterkt plastic en de F1-achtige wielophanging met pushrods en horizontale veer-/dem-perunits. Zoals gebruikelijk bij Formule 1-bolides maakten de motor en versnellingsbak (5-bak van ZF) deel uit van de dra-gende structuur. Het frame was gemaakt uit vlakke carbon-platen om een aluminium honingraatstructuur. De hele auto woog slechts 650 kilogram, daarvan kwam 60 kilogram voor rekening van de complete carrosserie inclusief het frame!
De Pura heeft een lengte van 3,50 meter, is 1,65 meter breed en heeft een hoogte van 1,09 meter wanneer de kap er af is en 1,15 meter wanneer de kap er op zit en gesloten is. De cockpit is laag uitgesneden. De deurtjes scharnieren aan de voorkant en gaan verticaal omhoog. De doorzichtige koepel die de wagen afsluit, sluit aan de voorkant aan op de grote panoramische ruit, en heeft wel wat weg van een heli-coptercockpit. Midden bovenop de voorruit staat een achter-uitkijkspiegel, de Pura heeft geen zijspiegels.

TECHNISCHE GEGEVENS - MICHELOTTI PURA (1988)

Carrosserie:

roadster

  Motorplaatsing:

midden

Versnelling:

5-bak (ZF)

Aantal deuren:

2

  Aandrijving:

achter

Topsnelheid:

230 km/u

Aantal zitplaatsen:

2

  Cilinders:

4 in lijn

  Motorinhoud:

1779 cc

Banden
voor:

195/50VR15

Lengte:

3,56 m

  Klepbediening:

DOHC

Banden
achter:

205/50VR15

Breedte:

1,65 m

  Kleppen per
  cilinder:

2

Banden:

Pirelli P700

Hoogte:

1,09 m

  Brandstofsysteem:

Bosch
injectie

Wielbasis:

2,425 m

  Turbo:

Garrett T3

  Brandstoftank:

60 liter

Spoorbreedte
voor:

1,40 m

  Vermogen:

155 pk bij 
5800 t/m

Spoorbreedte
achter:

1,40 m

 

Gewicht:

650 kg

 

Dat Michelotti niet zomaar een geinig dingetje voor op een stand tijdens een autoshow in gedachten had, blijkt wel uit de uitgebreide windtunnelproeven die het model onder-ging bij Fiat. Het resultaat was een vlakke bodemplaat met een diffuser aan de achterzijde die voor een downforce in de orde van 40% van het gewicht van de auto kon zorgen. Ook waren er kreukelzones voor en achter in de carrosserie aangebracht.

Het idee was om van de Pura een kleine serie van 200 à 300 stuks te bouwen als een soort van raceauto voor op de openbare weg, gebruikmakend van de flexibiliteit die een relatief kleine organisatie als Michelotti voor heeft op de grote autofabrikanten. Daarmee keek Michelotti niet alleen naar zijn eigen verleden, maar was het zijn tijd aan de andere kant zeker tien jaar vooruit, want pas rond de eeuwwisseling ont-stond er iets van een markt voor direct uit de autosport af-geleide trackday specials, en dan vooral in Groot-Brittannië. Hoe het met de Pura afliep laat zich kort omschrijven: in de loop van 1988 werd de auto gepresenteerd op verschillende autoshows, met name de autosalon van Turijn, en daarna werd het stil. Helaas bleef het bij de ene Pura, die nu in bezit is van Tony Calo.

Giovanni Michelotti (1921-1980) was een van de productiefste Italiaanse auto-ontwerpers van de 20e eeuw. Hij ontwierp circa 1200 modellen.
Hij begon zijn carrière op 16-jarige leeftijd als leerling bij Stabilimenti Farina (van de familie Farina/Pininfarina), waar hij talent toonde onder invloed van Mario Revelli de Beaumont. Na zijn diensttijd in de Tweede Wereldoorlog maakte hij in 1947 zijn eerste naoorlogse ontwerp: een cabriolet op Alfa Romeo 6C 2500.
Hij werkte vervolgens bij Carrozzeria Allemano en werd vanaf 1949 freelance ontwerper voor grote namen als Vignale, Bertone, Ghia, Allemano en Stabilimenti Farina. Hij tekende ook veel modellen voor de Britse fabrikant Triumph (waarbij de Triumph Spitfire zijn persoonlijke favoriet was) en voor het Nederlandse DAF.
In Orbassano richtte hij zijn eigen bedrijf op: Studio Technico e Carrozzeria G. Michelotti, waar hij volledige prototypes kon bouwen. Zijn laatste automobielontwerp was in 1976 de Fiat 126 Città, een elektrisch aangedreven stadsauto. Door verslechterende gezondheid hield hij zich later vooral bezig met scooters en jachten. Hij overleed in 1980 aan kanker. Het bedrijf werd voortgezet door zijn zoon Edgardo.
Na zijn dood werd de Japanse ontwerper Tateo Uchida (die eerder voor Hino de Contessa-modellen had vormgegeven waar Michelotti zelf aan had meegewerkt) hoofdontwerper van het bedrijf. Uchida was sinds 1964 al bij Michelotti in dienst.